Uit het VVD Verkiezingsprogramma ‘Orde op Zaken’:
Ondernemerschap: dé bron van toekomstige welvaart
Voor een gezonde economische toekomst zijn ondernemers onmisbaar. Het zijn ondernemers in kleine en (middel)grote bedrijven die investeren in nieuwe ideeën en innovatieve technieken. Het midden- en kleinbedrijf (mkb) is dé banenmotor van Nederland. De overheid moet ondernemers niet vertellen hoe zij moeten ondernemen. Dat weten ondernemers zelf het beste. De VVD wil ondernemers de ruimte geven. Dus geen hoge belastingen, overbodige regels en ingewikkelde procedures. De VVD verlaagt de vennootschapsbelasting de komende jaren daarom met 1 procentpunt en gaat de strijd aan met regels die ondernemers belemmeren. Voor elke nieuwe regel die er gemaakt wordt, moeten er twee bestaande regels geschrapt worden. Een zeer storende en overbodige regel is bijvoorbeeld de bepaling over koopzondagen. Nu is het zo dat de overheid bepaalt of een winkelier op zondag zijn zaak mag openen. De VVD wil dat ondernemers hier te allen tijde zelf over mogen beslissen.
De VVD wil dat ondernemers minder tijd kwijt zijn aan hun contacten met de overheid. Dat kan door het aantal regels terug te brengen. De VVD blijft daarom voorstander van het verminderen van de regeldruk. Zo moeten gemeenten ondernemers voortaan één factuur per jaar sturen waarop alle lokale lasten staan vermeld. Ook moet er één loket komen waar ondernemers voor al hun overheidszaken terechtkunnen. En er moet worden toegewerkt naar één controle- en inspectiedienst. Daarnaast is de VVD voor een overheid die ondernemers vertrouwt. Als een ondernemer controles en inspecties goed doorstaat, kunnen deze worden afgebouwd. Als de overheid een ondernemer geld schuldig is, moet het betreffende bedrag zo snel mogelijk worden voldaan. Als maximum moet hier een termijn van dertig dagen voor gelden. Als overheden deze termijn overschrijden, moeten zij een boete betalen aan de wachtende ondernemer.De VVD wil mkb’ers meer kansen geven, bijvoorbeeld door hun toegang te geven tot overheidsaanbestedingen. Als de overheid een opdracht wil aanbesteden, moeten bedrijven die deze opdracht willen hebben aan zo veel voorwaarden voldoen dat mkb’ers nauwelijks een kans maken. De VVD wil dat voor kleine aanbestedingen minder strenge voorwaarden gaan gelden, zodat ook kleine en middelgrote bedrijven een reële kans maken bij aanbestedingen. De product- en bedrijfschappen worden afgeschaft.
De VVD wil ook nieuwe ondernemers kansen bieden. Dat is hard nodig, want de drempel voor het starten van een onderneming is nog steeds hoog. Ingewikkelde vergunningen en regels en een beperkte toegang tot kredietverlening weerhouden mensen ervan een onderneming te starten. De VVD wil dat de overheid iemand die het lef heeft een eigen onderneming te beginnen niet moet lastigvallen maar moet ondersteunen. Daarom worden startende ondernemers de eerste drie jaar vrijgesteld van belastingen op de eerste 15.000 euro rendement en blijven verliezen verrekenbaar. Wie als particulier in een startende onderneming investeert, betaalt bovendien de eerste drie jaar geen belasting op rendement. De VVD kiest hiermee voor uitbreiding van de ‘tante-agaathregeling’, waarmee de procedure voor het starten van een onderneming wordt vereenvoudigd. Als een (startende) ondernemer een vergunning aanvraagt en de vergunningverlener reageert te traag, moet de vergunning automatisch worden verstrekt.
Steeds meer mensen zijn zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Nederland telt 850.000 zzp’ers. Deze mensen nemen zelf verantwoordelijkheid voor hun inkomen en groeien regelmatig uit tot succesvolle ondernemers. Zzp’ers hebben echter te maken met een enorme regelbrij en onduidelijkheid over hun rechten. De VVD wil de wettelijke regeling voor zzp’ers verbeteren. Er moet één definitie van ‘zelfstandige’ zijn, die gelijk is voor alle wetten. De status van zelfstandige hoeft dan maar één keer te worden aangemeld en geldt totdat de zzp’er zichzelf weer afmeldt. Daarnaast moet het pensioen voor zzp’ers beter worden geregeld. Als iemand vanuit loondienst zzp’er wordt (of anderszins ondernemer wordt), moet hij nog tien jaar aangesloten kunnen blijven bij zijn pensioenfonds.
De VVD ziet zzp’ers als volwaardige ondernemers. Het is daarom onwenselijk als zij worden verplicht aan collectieve regelingen deel te nemen.

