Uit het VVD Verkiezingsprogramma ‘Orde op Zaken’:
Veiligheid
Het bieden van veiligheid is een klassieke taak van de overheid. Burgers maken zich veel zorgen over hun veiligheid. Het – ook ’s avonds – onbekommerd kunnen gaan en staan waar je wilt zonder gevoelens van onveiligheid is een basisvoorwaarde voor een goed functionerende maatschappij. Mensen die door hun gedrag (het gevoel van) veiligheid ondermijnen, dienen een krachtig en voortvarend optredende overheid tegenover zich te vinden. Er dient respect te bestaan voor de personen die namens de overheid optreden: uiteraard de politieagent, maar ook al die anderen die in het algemeen belang en voor ons allen werkzaam zijn, zoals ambulancepersoneel, leerkrachten, bus- en treinpersoneel en ambtenaren. De VVD staat pal voor deze mensen. Geweld tegen hen is onaanvaardbaar.
Nederland moet veiliger, want zonder veiligheid is er geen vrijheid. De VVD wil het vertrouwen in de rechtsstaat herstellen en onze vrijheid waarborgen. Vertrouwen in de rechtsstaat kan deels worden hersteld door het opnieuw inrichten van die rechtstaat en door extra te investeren in veiligheid. Daarom investeert de VVD in extra blauw op straat door 3500 extra agenten aan te stellen. Hierbij streeft de VVD naar een evenwichtigere verdeling van politiesterkte over steden en regio’s, met extra aandacht voor het landelijk gebied. Van de 3500 extra agenten gaan er 1000 naar het landelijk gebied. Op sommige plaatsen in ons land moeten mensen onverantwoord lang wachten op de politie als zij die bellen. De VVD vindt dit onaanvaardbaar en wil de aanrijtijden van de hulpdiensten terugbrengen.
Veiligheid kan in gevaar worden gebracht door tal van zaken, van vandalisme tot terrorisme. In al deze gevallen is een krachtiger antwoord van de overheid nodig, waarbij het slachtoffer een prominentere plaats moet innemen dan tot nu toe. Het strafrecht richt zich uiteraard op de dader van een strafbaar feit, maar de bescherming van het slachtoffer moet worden verbeterd. De VVD wil daarom dat de schade van slachtoffers altijd wordt verhaald op de dader. Als de dader minderjarig is,worden de ouders aansprakelijk gesteld. Een uitbreiding van de beslagmogelijkheden op eigendommen van daders moet juridisch worden verankerd. Een dader kan in beginsel maar eenmaal een taakstraf opgelegd krijgen. Bij een veroordeling worden de proceskosten altijd op de dader verhaald. Geweldsdelicten en overvallen worden zwaarder bestraft en mogen volgens de VVD niet langer worden afgedaan met een taakstraf.
Als het gaat om relatiemisdrijven, krijgen veroordeelde daders minder rechten om hun kinderen te bezoeken of het ouderlijk gezag uit te oefenen. Aan mensen die ter verdediging van zichzelf of van hun woning of bedrijf genoodzaakt zijn geweld tegen de dader te gebruiken, moet grotere bescherming worden geboden. Bij de strafoplegging door de rechter moet duidelijk zijn hoe de straf ten uitvoer wordt gelegd. Als er een gevangenisstraf is opgelegd, krijgt een dader geen elektronisch huisarrest. Om veelplegers van kleine criminaliteit aan te pakken, moet in de wet het principe three strikes, maximum punishment worden vastgelegd: daders krijgen bij de derde veroordeling voor een misdrijf de daarvoor geldende wettelijke maximumstraf. De recidiveperiode wordt van vijf naar tien jaar opgerekt. Los van repressieve maatregelen als een gevangenisstraf is het noodzakelijk dat stelselmatige daders een zorgaanbod krijgen met verplichtend karakter. Dit is goed mogelijk in het kader van het programma Terugdringen Recidive (TR) en andere justitiële en civiele maatregelen die de rechter ter beschikking staan. Ook de afbouw van de tbs-maatregel is daarom ongewenst.

